Column

Een rauw randje

Hoofdpijn kreeg ik ervan! De ellende om mijn kinderen te steunen bij het verlies van hun vader. Acht en zestien waren ze in 2016. Een puber en een jochie.

De hysterie na het eerste nieuws, het gegil en geschreeuw van ongeloof, van frustratie, diep in de nacht. Een nachtmerrie als nooit tevoren. Hij gaat dood. Hij is aan het overlijden. ‘Jullie moeten afscheid komen nemen’.

Meer dan 200 kilometer door de nacht op weg naar het AMC. Geen idee hebben wat ons te wachten staat, wat het beeld zou zijn, of we nog op tijd zouden zijn, hoe hij eruit zou zien, wat er precies gebeurd is, hoe de kinderen dit zouden gaan beleven, of zij het aan zouden kunnen om hun vader te zien sterven. Het ongelooflijke onmogelijke, het was aan het gebeuren.

Of ik dat zelf überhaupt aankon, daar stond ik niet bij stil. Of het überhaupt nog iets met mij zou doen om mijn exman te zien sterven, dat was geen issue op dat moment. Mijn kinderen…

Het afscheid was niet te doen, maar het moest. De speech voorlezen namens mijn zoon was ondoenlijk, maar het kon niet anders. De kist sluiten en voor de laatste keer een blik op zijn lichaam werpen is onbeschrijflijk. Pijnlijk. Verdrietig, heftig, ongekend, een nachtmerrie die waarheid is geworden voor mijn puberdochter. Een nachtmerrie die ontstaan is bij mijn jochie van acht. Een nachtmerrie van een moeder die rouwende kinderen heeft en zelf niet wordt geacht te rouwen.

Een moeder die machteloos is en het verdriet niet kan wegnemen. Die het gemis niet kan wegnemen. Die het beeld niet kan wegnemen. Die de pijn niet kan wegnemen. Rouw met een rauw randje. Een keiharde, rauwe, ongepolijste rand van rouw die immens en levenslang is. Mijn kinderen. Mijn alles. Ik rouw om hen. Hun verdriet, hun pijn, hun gemis, hun leegte, hun nooit meer samen kunnen zijn, hun nooit meer ervaringen kunnen delen, hun nooit meer avonturen kunnen vertellen, hun nooit hun kinderen kunnen laten zien, hun nooit meer en niks meer in de toekomst.

Nu na jaren is de pijn gedempt maar zijn de tranen nog steeds aanwezig. Net zoals het gemis wordt gevoeld bij elke nieuwe mijlpaal of ontwikkeling in het leven van mijn lieve kinderen. Nooit meer.

Nooit meer. Ik hoop dat ik dit nooit meer meemaak. Ik vraag me af welke rouw geen rauw randje kent. Rauw en rouw lijken daarmee hand in hand te gaan.

Na het schrijven van deze column ga ik even wat ademhalingsoefeningen doen. Ik blaas uit, adem in, en ga door met leven.